DOOR EIGEN HAND

Joost Zwagerman

Wat betekent het om een vriend, familielid of ouder door zelfmoord te verliezen? Dit boek bevat de artikels en essays die Joost Zwagerman over dit onderwerp heeft geschreven. Zwagerman is een internationaal gewaardeerd Nederlands auteur, die ook zeer persoonlijk durft te zijn. In dit boek komen heel wat schrijvers aan het woord die zelf nabestaande zijn en daarover geschreven hebben. Zelf was hij bijna nabestaande na een serieuze zelfmoordpoging van zijn vader, die net van zijn moeder gescheiden was.

Zwagerman toont overtuigend aan dat de zelfmoord van een dierbare beslissend en blijvend van invloed is op de manier waarop iemand daarna de wereld en zichzelf ervaart. Hij citeert o.a. Du Perron, die 28 was toen zijn vader zich doodschoot:

Het was alsof mijn vader mij door zijn daad voor het laatst – en met de diepste naklank – verpletterd had.

De Israëlische auteur Amos Oz heeft jarenlang niet kunnen spreken of schrijven over de zelfmoord van zijn moeder toen hij 12 was. Hij geeft in zijn memoires een indruk van de manier waarop zijn twaalfjarige ik zich destijds pijnigde met zelfverwijten.

De verhalen van nabestaanden, schrijft Zwagermans, maken duidelijk dat er een belangrijk verschil bestaat tussen de rouw om andermans ‘ natuurlijke ‘ dood en die om de zelfgekozen dood. Alhoewel hij daarbij in vraag stelt of hier van een echte keuze wel sprake is.

Vaak worden de obsessies, de zelfverachting en soms ook de wanen van de behandelbare patiënt verward met de rechten van het handelingsbekwame individu.

Hij schrijft ook heel scherp over de discussie ivm hulp bij zelfdoding om psychische redenen. Hij stelt verschillende standpunten tegenover elkaar, waarbij zijn sympathie duidelijk uitgaat naar een auteur als Betsy Udink, die de ‘ zelfmoordlobby ‘ als levensbedreigend ervaart:

Ikzelf was in mijn depressieve fase zeer ontvankelijk voor de klaar-met-leven-gemeenschap, maar ik ben er door goede hulp aan ontsnapt.

Schrijnend is ook de familiesaga van de Hemingways, illustratief voor de verwoestende gevolgen van wat hij een erfelijke belasting noemt.

Ongeveer de helft van het boek wordt in beslag genomen door ‘gesprekken' met 5 verschillende Nederlandse auteurs, die over zelfmoord in hun nabije omgeving hadden geschreven: ‘als zij er niet over hadden gepubliceerd, had ik hen nooit op het onderwerp durven aanspreken‘. De 5 gesprekken geven zicht op de onderling sterk verschillende indrukken en ideeën over die gebeurtenissen – en ook over de gevolgen ervan. Heleen van Royen benadrukt dat een zelfmoordenaar niet alleen een gemis veroorzaakt, maar dikwijls ook een blijvende verwonding toebrengt. Arthur Japin ervoer echter de ‘zelfgekozen‘ dood van zijn vader als een bevrijding, als het vurig gewenste einde van een periode van huiselijk geweld en geestelijke terreur. In het gesprek met Renate Dorrestein overheersen vragen omtrent schuld en schaamte, terwijl Wouter van Oorschot zoveel jaar na de dood van zijn broer poogt om zich de details van diens leven toe te eigenen. Alle vijf spreken over gebeurtenissen die inmiddels reeds lang achter hen liggen. Maar ondanks alle onderlinge verschillen blijkt dat die afstand in tijd de invloed van de zelfmoord nooit helemaal teniet zal kunnen doen. Hun verhalen zijn ook werkelijk heel aangrijpend.

Het idee van voor het leven ‘gestempeld’ te zijn komt ook terug in de vraaggesprekken met nabestaanden in het boek ‘Loden last’, wat hier ook besproken wordt.

Ook de waarom-vraag, die nooit met zekerheid te beantwoorden valt komt hier aan de orde. Zelfs zij die een poging overleefd hadden konden die niet duidelijk op antwoorden. Wel was een grote meerderheid uiteindelijk blij het overleefd te hebben!

Zwagerman stelt heel veel vragen in het boek, vragen die niet éénduidig te beantwoorden vallen. Vragen zoals: is er wel een richtlijn te bedenken voor wat de nabestaande maar het beste zou kunnen doen of laten? En als je het gevoel hebt ‘levenslang’ te hebben gekregen, wat zijn dan de manieren waarop je dat ‘levenslang’ onder ogen ziet?

Over de blijvende gevolgen zegt Renate Dorrestein o.a.:

Nog steeds heb ik op onverhoedse momenten het gevoel geamputeerd te zijn. (…)

En terwijl deze vrouw bijna opgetogen tegen me praatte, raakte ik met de seconde meer overmand door een intens verdriet. Deze blakende en druk pratende vrouw van rond de veertig – het had mijn zusje zélf kunnen zijn. Als alles nu toch maar nét anders was gegaan, een fractie anders, iets anders in de stand der sterren; als ze, ik noem maar iets, nu nét die nacht geen toegang had kunnen krijgen tot die flat, als er die avond iemand naar haar had opgebeld…

Met deze schrijnende wanhoopskreet eindigt het boek. Voor vele nabestaanden zullen hier heel wat herkenningspunten te vinden zijn en voor de anderen kan dit boek zeker bijdragen tot meer begrip. Het feit dat het door een bekend auteur geschreven is en de talloze openhartige getuigenissen kunnen er ook zeker toe bijdragen dat deze problematiek bespreekbaarder wordt. Een absolute aanrader voor wie in dit onderwerp geïnteresseerd is en zich ook durft te laten raken.

Diederik Thuyn, medewerker Similes

Top

 

 
     
  Werkgroep Verder