|
| |||||||
![]() |
DE HULPVERLENER ALS NABESTAANDEStilaan groeit het besef dat ook voor de hulpverlener een zelfdoding van een cliënt/patiënt,
een confrontatie -en soms zelfs een traumatische gebeuren is, zowel op
persoonlijk als op professioneel vlak. Naast deze rouwreacties wordt ook de eigen professionele competentie in vraag gesteld.
Een suïcide blijft in het geheugen gegrift en kan het professioneel handelen nadrukkelijk en nog geruime tijd beïnvloeden. Het is dan ook belangrijk te beseffen dat ook de hulpverlener nazorg nodig kan hebben.Praten over de suïcide met vrienden, familie en met andere hulpverleners, wordt als helpend ervaren. Dit vooral bij vrouwelijke hulpverleners. Uit onderzoek blijkt verder dat bij mannelijke therapeuten gewoon terug aan het werk gaan een gunstige invloed uitoefent op het verwerkingsproces. Ook individuele supervisie, teambesprekingen en opvang door stress-teams (zoals die momenteel bestaan in sommige psychiatrische ziekenhuizen) blijken nuttig om de zelfdoding een plaats te geven binnen de dienst en om het verwerkingsproces te versnellen. Een op voorhand uitgewerkt draaiboek kan ervoor zorgen dat dit alles in goede banen geleid wordt. Lees ook: Artikel verschenen in Antenne (juni 2006) "Wie helpt de hulpverlener na de suïcide van een cliënt?"
|
||||||
|