ontdek deze mooie verhalen!

Klik op te titel van het verhaal dat je wil lezen:

De Wolkenzaal

Er was eens een wolkenzaal, die zich bevond tussen de sterrenhemel en de aarde. De zaal was gevuld met gelukkige kinderen. Ze speelden en lachten en maakten plannen voor de reis die hen te wachten stond. Ze zochten ieder hun rugzak op en vulden die met allerlei dingen, want het was fijn om goed voorbereid op reis te gaan. De kinderen klapten en juichten als een van de engelen het gouden klokje ging luiden. Dat was het teken dat er weer iemand aan zijn reis kon beginnen.
De reis naar de aarde.

Nu was er in de wolkenzaal een kindje dat telkens met spanning keek, wie er aan de beurt was. En elke keer zuchtte ze van verlichting als ze nog niet hoefde te gaan. Zij vond het fijn in de wolkenzaal. Het was er warm en licht, veilig en vrolijk. Op de aarde, zo wist zij, was het niet altijd zo warm en veilig. Je kon je daar zo stoten aan scherpe doorns en schaven aan harde punten en ruwe stenen. Hier in de wolkenzaal was alles zacht en rond.

Toch wist ze dat ook zij een keer aan haar reis moest beginnen. Maar eigenlijk wist ze niet zo goed wat ze allemaal in haar rugzak moest stoppen. Hulpeloos keek zij haar engel aan, die haar er vriendelijk op wees waaruit zij kon kiezen.
Op een keer, het gouden klokje werd weer geluid, keek zij verschrikt op…het was voor haar. Met knikkende knieën pakte ze haar rugzak op. Haar engel nam haar bij de hand, maar bij de poort van de wolkenzaal zei het kindje: “Ik durf niet. Het is zo anders daar. Ik ben bang. Ik wil hier blijven.” De engel nam haar op en sprak: “Wees maar niet bang, ik zal heel lang bij je zijn, totdat je groot bent, en dan nog zal ik over je waken.” En gesteund door de engel begon zij aan haar reis. Ze kwam als baby op aarde en, zoals elke baby, at en dronk en sliep zij veel. En als ze sliep, dan droomde ze dat ze weer in de wolkenzaal was met haar engel trouw aan haar zijde. Ze werd groter, sliep minder en ging naar de kleuterschool. Ze begon de wolkenzaal te missen. Ze speelde met vriendjes en had plezier. Maar soms viel ze en schaafde zich en dat deed pijn. Dan keek ze in haar rugzak om te kijken of daar iets inzat om haar te helpen, maar zij kon niets vinden. Zo gingen de jaren voorbij.

Ze werd een meisje, een jonge vrouw. Het verlangen naar de wolkenzaal was soms zo hevig, dat het leek alsof zij geen adem kon halen; alsof er een ijzeren band om haar hart klemde. Toen verscheen de engel en sprak: “Houd vol, er is nog zoveel wat je moet meemaken en wat je vreugde kan bezorgen. Houd moed, ik ben bij je.“
Soms kwam ze mensen tegen waarvan ze onmiddellijk diep van binnen wist: “die ken ik nog vanuit de wolkenzaal!”  Dan voelde ze even de ijzeren band om haar hart niet meer en dacht gewoon niet meer aan de wolkenzaal, nou ja, misschien soms -heel even- …..

Sommige mensen geven veel en zij gaf aan iedereen om haar heen ondanks dat haar rugzak niet rijkelijk gevuld was. En zo kwam het dat ze na verloop van tijd de ijzeren band weer om haar hart voelde. Het was alsof het steeds pijnlijker werd. En ze wist; “Dit houd ik niet vol.” Ze grabbelde in haar rugzak om iets te zoeken waarmee de pijn minder zou worden. Ze schrok, want haar rugzak was bijna leeg. Zij keek naar de rugzakken van andere mensen en zag dat die goed gevuld waren. En dat terwijl die anderen al zo vaak iets aan haar gegeven hadden uit hun rugzakken.

Op een keer kreeg ze het koud, zo koud…en plotseling kwam weer dat hevige verlangen naar de wolkenzaal. Daar waar het licht, warm en veilig was, daar waar ze haar rugzak weer kon vullen. Ze besloot terug te gaan. Voor de poort kwam de engel haar al tegemoet en sprak: “Ach, je bent zelf terug gekomen. Wat zullen ze je missen daar.” Maar toen zag de engel de dunne rugzak en begreep dat die helemaal leeg was.

“De mensen die je missen, zullen begrijpen dat je rugzak leeg is en omdat ze van je houden zullen ze warm en liefdevol aan je blijven denken. Ze zullen je nooit vergeten, want je betekent zoveel voor hen."

En samen liepen ze naar de wolkenzaal.

Een tekst van Riet Fiddelaers-Jaspers

 

De drie doosjes

uit : Waar ben je nu, zie jij me nog? Van Riet Fiddelaers-Jaspers

De moeder van de elfjarige Hanna en de tienjarige Niels is door zelfdoding om het leven gekomen. Ik schreef een speciaal verhaal voor de kinderen om hen duidelijk te kunnen maken wat er gebeurd is. Het is een verhaal waar naast de schaduwzijde ook de zonzijde aan bod komt en de liefde van deze moeder voor haar kinderen voorop staat.

Weet je, Hanna en Niels, jullie mama was een hele lieve mama. Dat weten jullie beter dan wie dan ook. Niemand kon vertellen als zij, niemand kon zo knuffelen en niemand zo goed voor je zorgen als je ziek was. En nu is mama er niet meer. Ze is hier voor de laatste keer bij ons. Ze is dood en ligt in deze kist waar jullie zo’n prachtige tekeningen en bloemen op gelegd hebben. En wij nemen afscheid van haar, voor altijd.

Mama was mama maar soms leek het alsof er meer dan één mama was. Ze kon zijn als een mooi juwelendoosje. Als je het opendoet, zie je prachtige warme kleuren met edelstenen er tussen. Ze schitteren en stralen. Zo zagen we mama toen ze nog klein was en terugkwam van een balletuitvoering waar ze het stralende middelpunt was. Zo zag ze er uit toen ze trouwde met papa en in haar prachtige jurk met hem danste. Ze straalde toen jullie geboren werden en in haar armen lagen. En toen jij, Niels, je eerste doelpunt scoorde. Ze was trots op jou, Hanna, toen jij je zwemdiploma haalde en later bij wedstrijden de eerste prijs haalde. Zo was ze als ze naar een schilderweekend geweest was en terugkwam met wat ze gemaakt had.

Maar soms zag mama er uit als een heel ander doosje. Als je bij dit doosje het deksel afhaalt, zie je donkere wolken, bliksemschichten en hoor je het donderen. Dan was ze boos en je wist niet waarom. Het gebeurde plotseling en je wist niet wat je moest doen om te zorgen dat ze niet meer boos zou zijn. Je voelde je zo machteloos en klein. En, hoewel je wist dat mama zelf ook niet zo wilde zijn, voelde je de pijn, het verdriet en de boosheid omdat jij er toch ook niks aan kon doen.

Maar toch, liever zag je dit doosje dan het derde en laatste. Want heel af en toe ging het deksel van dit laatste doosje omhoog, kroop mama er in en deed ze het deksel dicht. In dit doosje is het donker, pikzwart. Dan was mama niet meer bereikbaar. Ze was niet meer vrolijk en lief maar ook niet boos en onredelijk. En als je het voor het zeggen had, dan koos je liever voor de donkere-wolken-mama dan voor de mama die in dit laatste doosje zat.

De laatste tijd was mama veel in het donkere doosje. Ze was bang en onbereikbaar, ze wist niet meer hoe ze bij jullie moest komen. Ze kon haar armen niet meer uitreiken naar jullie, hoe graag ze dit ook wilde. Dit was zo onverdraaglijk voor haar dat ze er voor heeft gekozen om niet meer op deze aarde te zijn. Maar eigenlijk was het geen keuze, ze kon niet anders. Ze reisde naar een andere wereld waar geen pijn, verdriet en angst is. Het is er zoals in het eerste doosje, schitterend en stralend. Van daar waakt ze over jullie en is ze misschien wel veel dichterbij dan ze op deze aarde kon zijn. En als jullie haar weer eens verschrikkelijk missen, zo erg dat het pijn doet, kijk dan ’s avonds eens uit je raam naar die andere wereld waar sterren flonkeren en weet dat zij daar is, ver weg maar ook zo dichtbij.

Ze zal er altijd zijn, in jullie gedachten en in jullie hart.

Een tekst van Riet Fiddelaers-Jaspers

 

 

 

 
   
 
links forum boekenlijst contact terug naar homepage verder