Ballon voor mama
Ik stuur je een brief aan een rode ballon
je bent nu zo ver en
ik kijk naar de sterren
en wou dat ik je bereiken kon
misschien ben je nu wel heel dicht bij de zon
zal de wind voor je zwaaien?
mag je zwieren en zwaaien
en drijven en zweven net als mijn ballon?
zonder geluid komt hij nu naar je toe
al zit ik vanbinnen
je naam uit te schreeuwen
ik wil met je praten
al weet ik niet hoe
mocht je hem vinden
laat het dan even
heel even maar , sneeuwen?
Yvonne van Emmerik,
in ‘Zaaien in tranen, Dabar Luyten, 1995, 118. |
|
Eerst komt het verlaten worden,
dan het verlaten zijn,
daarna het verlaten blijven.
Ooit vroeg iemand me hoe ik
het allemaal te boven was gekomen
Ik zei: niet.
En je moet het allemaal alleen doen,
het niet te boven komen.
Ze kijkt naar haar handen:
die zijn met twee.
Herman De Coninck
|
|