Sinds 6 oktober 2002 bestaat er een wet die de rechten van de patiënt op een eenvoudige en overzichtelijke manier vastlegt.
Door de rechten van de patiënt duidelijk te omschrijven en samen te brengen in één enkele wet, weet iedereen beter waaraan
zich te houden, wat uiteindelijk tot een betere relatie tussen patiënt en zorgverstrekker zal leiden.
Deze wet is ook belangrijk voor mensen die iemand zijn verloren door zelfdoding, namelijk wanneer de overledene in behandeling
was in een Algemeen of Psychiatrisch Ziekenhuis,…
Het is vooral artikel 9 dat hierbij belangrijk is:
Dossier na overlijden
Na het overlijden van de patiënt heeft een beperkt aantal familieleden onder strikte voorwaarden het recht om het dossier te laten inzien door een door hen aangeduide zorgverstrekker.
In de praktijk is het ook al voorgevallen dat het dossier samen ingekeken kan worden: dus door een zorgverstrekker (bv huisarts, bevriende
hulpverlener,...) SAMEN met de nabestaande(n).
Het gaat met name om:
echtgenoot en al dan niet samenwonende partner,
bloedverwanten tot en met de tweede graad (ouder, kind, broer/zus, kleinkind, grootouder).
Voorwaarden:
de patiënt mag zich bij leven niet verzet hebben tegen een dergelijke inzage;
het verzoek om inzage moet gemotiveerd en gespecificeerd zijn en de redenen moeten voldoende ernstig zijn om een uitzondering
toe te staan op het recht op privacy van de overledene. Mogelijke redenen zijn het vermoeden dat er een medische fout is gebeurd,
dat kennis van de doodsoorzaak belangrijk is om het overlijden te verwerken of om familiale antecedenten op het spoor te komen; Dit verzoek om inzage moet schriftelijk geformuleerd worden
het inzagerecht is beperkt tot die gegevens die verband houden met de door de familieleden opgegeven redenen.
Indien u vragen of klachten zou hebben, kan u gratis en vertrouwelijk contact opnemen met een provinciale ombudsdienst.
betreffende de rechten van de patiënt van 22 augustus 2002 (B.S. 26/9/2002) groepeert een aantal rechten voor elke patiënt
die een beroep doet op een hulpverlener. Artikel 11 voorziet ook het recht om in verband met de uitoefening van deze rechten een klacht neer te leggen
bij een ombudsfunctie.
Deze onafhankelijke ombudspersonen kan u contacteren voor meer informatie over de patiëntenrechten. Deze ombudspersoon kan ook
bemiddelen met de hulpverlenende instantie.
Dit verzoek om inzage moet schriftelijk geformuleerd worden:
Het inzagerecht is beperkt tot die gegevens die verband houden met de door de familieleden opgegeven redenen.
Na een zelfdoding rijzen er steeds veel vragen.
Als de overledene opgenomen was in een Algemeen of Psychiatrisch Ziekenhuis, is de kans groot dat er zich nog meer vraagtekens aandienen.
Het is belangrijk voor nabestaanden dat zij zoveel mogelijk antwoorden bekomen zodat eventuele vermoedens gegrond bevestigd of ontkent
worden en de puzzelstukjes in elkaar gepast kunnen worden.
Het is vaak ook beangstigend om deze zoektocht te ondernemen, maar duidelijkheid helpt alles te kaderen, dingen los te laten en dit schept
ruimte om te rouwen en het overlijden te verwerken.
Een schriftelijk verzoek indienen omtrent zo’n delicate situatie is niet gemakkelijk.
Wij willen hier enkele mogelijke redenen omschrijven om een verzoek tot inzage te motiveren.
Hoe is de laatste dag, zijn de laatste uren verlopen
Zijn er al dan niet duidelijke signalen geweest
Wie heeft hem/haar laatst gezien of gesproken
Hoe heeft hij/zij dit ongezien kunnen doen
Wat is de doodsoorzaak
In welke omstandigheden is het gebeurd
Hoe is hij/zij in het bezit van de middelen voor de suïcide gekomen