1. Ik ben |
|
2. De zelfdoding van mijn cliënt/patiënt had plaats: |
|
3. Op het moment van de zelfdoding was ik zelf: |
|
4. Op het moment van het overlijden werkte ik als hulpverlener in de setting: |
Indien andere, specifieer hieronder:
|
5. Plaats van tewerkstelling:
(Plaats van effectieve tewerkstelling, ook indien deze niet samenvalt met de maatschappelijke zetel) |
|
6. Aantal tewerkgestelde personen binnen de setting: |
ca.
|
7. Mijn werkgever/leidinggevende werd: |
Indien hij op de hoogte gebracht werd, door wie :
Indien door iemand anders, specifieer:
|
8. De allereerste reactie van mijn werkgever/leidinggevende/collega's was als volgt: |
|
9. Naar aanleiding van en betreffende de zelfdoding van mijn cliënt had ik: |
|
10. Tijdens het gesprek met de leidinggevende kwamen de volgende dingen aan bod: |
Vul eventueel verder aan:
|
11. Bij dit gesprek heb ik volgende dingen gemist: |
|
12. De suïcide werd aangekaart op het teamoverleg. |
met bespreking van volgende thema's:
|
13. Binnen mijn werksetting bestaan er richtlijnen, procedures, een draaiboek m.b.t. opvang van en omgaan met werknemers-hulverleners die geconfronteerd werden met een zelfdoding. |
|
14. De dag(en) nadat ik de zelfdoding van mijn cliënt vernam |
|
15. |
|
16. Voor mij persoonlijk was/waren de volgende houdng(en)/uitspra(a)k(en) |
de meest positief-helpend
de meest negatieve (bv. houding, misplaatste opmerkingen/uitspraken...):
|
17. Ik vind dat er voor alle hulpverleners een preventieve training suïcidepreventie dient te worden aangeboden. |
|
18. Voor hulpverleners-nabestaanden op het werk zou ik het, vanuit mijn eigen ervaring, belangrijk/helpend vinden dat |
Kruis alle vakjes aan die van toepassing zijn.
de hulpverlener kan kiezen of hij/zij na de suïcide het werk onderbreekt/thuis blijft
de hulpverlener de uitvaart kan bijwonen in het kader van de diensturen
er systematisch een casusbespreking op het team komt
een casusbespreking op het team enkel op vraag van de hulpverlener-nabestaande komt
er informele gesprekken mogelijk zijn met collega’s
er formele gesprekken met collega’s moeten ingelast worden
er richtlijnen, procedures zijn m.b.t. opvang van en omgaan met werknemers-hulpverleners die geconfronteerd werden met de zelfdoding van een cliënt/patiënt
de hulpverlener de mogelijkheid krijgt tot contact/intervisie met andere hulpverleners met soortgelijke ervaringen
|
19. Voor hulpverleners-nabestaanden op het werk vind ik het totaal niet kunnen dat |
|
20. Ik heb volgende bedenkingen: |
|
20. Op basis van mijn ervaring kan ik nog de volgende raad geven m.b.t. opvang van en omgaan met hulpverleners-nabestaanden na zelfdoding binnen de professionele context: |
Aan werkgevers:
Aan leidinggevenden:
Aan collega's:
|
E-mail adres |
|