NABESTAANDEN NA ZELFDODING
VRAGEN VERANTWOORDE EN RESPECTVOLLE BERICHTGEVING
over ZELFDODING

 

Media-Onderscheiding 2006

 

 

 

 

Ter gelegenheid van de Dag van de Nabestaanden, 19 november 2006 heeft de Werkgroep Verder
voor de derde keer
de Media-Onderscheiding uitgereikt!

Schilderij 'Verschrikking', R.De Bruyker 2006

 

 

 

De laureaat 2006:
Bart De Myttenaere


 

 

'Met de dood voor ogen'
Zelfmoordgedrag bij jongeren

Klik hier voor een recentie.

Met de dood voor ogen

 

 

Een op vier jongeren heeft wel eens zelfmoordgedachten en een op tien ondernam ooit een poging om zich van het leven te beroven. Elke dag zijn er in België twee tot drie zelfmoordpogingen bij jongeren. Jaarlijks maken in ons land tientallen jongeren een einde aan hun leven. In de leeftijdsgroep van 10 tot 24 jaar is zelfdoding zelfs de tweede doodsoorzaak, na verkeersongevallen.
Bart Demyttenaere kijkt verder dan de cijfers. Om zelfmoordgedrag bij jongeren beter te begrijpen interviewde hij vele betrokkenen: de jongeren zelf, maar ook hun ouders, leerkrachten, schooldirectie, vrienden en hulpverleners. Waarom overweegt iemand om uit zijn prille leven te stappen? Hoe kan men zelfmoordgedachten bij jongeren herkennen? Valt er iets aan te doen? Helpt een dialoog? En wat moet men dan zeggen? Eén ding staat buiten kijf: dit probleem mag men vooral niet minimaliseren.
Bart Demyttenaere (1963) verloor in 1994 zijn broer Luk door zelfmoord. Sindsdien is Bart zich intens gaan verdiepen in dit fenomeen. In 2000 publiceerde hij zijn alom geprezen boek De last van het leven, dat diverse malen herdrukt werd. Voorts verschenen van zijn hand sociaal betrokken boeken over het gevangenisleven, armoede en vluchtelingen. Samen met Wim Geysen schreef Bart Spiegelschrift (2001), over een levensmoe meisje.

Met de dood voor ogen/Bart Demyttenaere Paperback – ca 256 blz. – €18,95 – ISBN 90 223 1935 0 Een uitgave van Manteau

Andere genomineerden 2006:

Naam genomineerde

Titel

Verschenen in

Datum

Bart Demyttenaere, laureaat Met de dood voor ogen. Paperback 2006
Katrien Van der Slycken
Gitte Van Hoyweghen
Moeders over de zelfdoding van hun kinderen. Eén - Koppen 02/02/06
Peter-Jan Bogaert Ben ik wel? (klik hier) De Morgen 17/12/05
Hilde Vissers Jongeren en zelfdoding. (klik hier) BOTsing Herfst 2005
Hilde Vissers Lien en Jelle. (klik hier) BOTsing Herfst 2005
Annemie Eeckhout Depressies het taboe doorbroken. (klik hier en hier) Het Nieuwsblad 24/02/06
Katrijn Serneels Als je te jong bent om te weten wat echt leven is, hoe kun je dan al dood willen? (klik hier) De Morgen 15/01/02

Top

over de media-onderscheiding

Achtergrond

Bepaalde vormen van berichtgeving over suïcide hebben een drempelverlagend effect op suïcidale personen. Het gaat dan vooral om sensationele, simplistische of geromantiseerde voorstellingen. Tegelijkertijd is het ook zo dat het verminderen van dergelijke berichten gepaard gaat met een vermindering van het aantal suïcides. Daarnaast is het voor vele nabestaanden telkens opnieuw een pijnlijke confrontatie die vermijdbaar nieuw leed brengt.

Doel

Het doel van de Media-Onderscheiding is het aanmoedigen van correcte en verantwoorde berichtgeving in de media van het thema zelfdoding en nabestaanden.

Verantwoorde berichtgeving

Verschillende gezaghebbende organisaties zoals de Wereldgezondheidsorganisatie, de Samaritans, de American Association for Suicidology, enzovoort, hebben allen gelijkaardige richtlijnen opgesteld. Deze omvatten o.a. de aanbevelingen om zelfdoding niet simplistisch of sensationeel voor te stellen, om de gebruikte methode niet te vermelden en geen foto's/beelden te tonen van de plaats van de zelfdoding. Daarnaast is het wel aangewezen om te duiden dat zelfdoding tot stand komt door een opeenstapeling van verschillende problemen, meestal verband houdt met psychische moeilijkheden en dat professionele hulpverlening bestaat. Het is belangrijk om de hulpverleningsadressen te vermelden waar een suïcidale persoon zich kan aanmelden of waar derden die iemand kennen die suïcidaal is, terecht kunnen. Daarenboven moeten specifieke adressen voor nabestaanden worden vermeld.

De nieuwe Vlaamse Gezondheidsdoelstelling: 'Preventie van depressie en zelfmoord' wil dat het aantal zelfdodingen tegen 2010 met 8% is gedaald in vergelijking met het jaar 2000. Om dit te realiseren werd een pakket van preventiestrategieën voorbereid, waaronder berichtgeving over zelfdoding in de media. Een brochure 'Zelfdoding en de pers' werd door een werkgroep van journalisten en andere experts opgesteld en is o.a. hier te vinden.

WERKWIJZE

De Werkgroep Verder stelt jaarlijks een jury en een juryvoorzitter aan. De jury bestaat minimum uit drie personen waaronder nabestaanden, journalisten/mediapersonen en suïcidologen. De voorzittersfunctie wordt opgenomen door een nabestaande. De beraadslagingen van de jury zijn geheim en de leden hebben zwijgplicht tot na de bekendmaking van de laureaat. De jury neemt een beslissing ten laatste zes weken voor de Dag van de Nabestaande. Tijdens de dag zal de laureaat door de juryvoorzitter worden bekend gemaakt.

WIE KAN EEN KANDIDAAT NOMINEREN?

Iedere persoon mag een kandidaat nomineren. Dit gebeurt door persoonlijk of schriftelijk contact te nemen met de juryvoorzitter.

WIE KOMT IN AANMERKING?

Alle journalisten en mediapersonen die op een correcte en constructieve wijze het thema zelfdoding en nabestaanden in de publieke aandacht in Vlaanderen hebben gebracht, ongeacht het medium.

Selectiecriteria

Wat de selectiecriteria betreft waar de jury zich op zal richten, verwijzen we naar de eerder vermelde brochure 'Zelfdoding en de pers' waarin een set van 'aanbevelingen' werden opgenomen. Voor de toekenning van de Media-Onderscheiding zijn de volgende specifieke accenten van tel :

  1. Er werd gewezen op de complexiteit van de oorzaken van zelfdoding, de rol van psychische problemen, en de gevolgen voor de nabestaanden. 
    Het bericht stelde zelfdoding niet voor op een simplistische, sensationele of geromantiseerde wijze. Dit kan o.a. blijken uit het taalgebruik, bvb. plaatsing op een pagina, foto's, enz.
  2. De privacy van de overledene en de nabestaanden werd gerespecteerd. De nabestaanden hadden de mogelijkheid om de tekst of de reportage waaraan ze hebben meegewerkt in te zien en eventueel te corrigeren voor het publiek werd gemaakt.
  3. Het geheel werd gekaderd door bijvoorbeeld ook een hulpverlener aan het woord te laten. Er werden hulpverleningsadressen gegeven waar suïcidale personen en nabestaanden terecht kunnen.
  4. Er was opvang voorzien voor nabestaanden of suïcidale personen die werden geïnterviewd.

Voor verdere inlichtingen over dit initiatief en over de Werkgroep Verder kan u contact opnemen met:

Werkgroep Verder, Beertsestraat 21, 1500 Halle, tel. 02 361 21 28, fax 02 361 77 17
E-mail: info@werkgroepverder.be

Top

   
links boekenlijst terug naar homepage verder contact

forum

herinneringssite webwinkel
Kinderen Jongeren Volwassenen Helpers